Sitemap

1894 Govaerts Pierre en Francois Marie Agnes gezin

site search by freefind advanced
 

HEERS
EN ZIJN 12 KERKDORPEN

Geschiedenis, anecdotes, verhalen en famliliefoto’s over Heers en zijn deelgemeenten

U bevindt zich hier:

Gemeenten

Informatie

Nieuws uit Heers

|   Home |   Mechelen-Bovelingen |   Huwelijken 1950-1960

Huwelijken tussen 1950-1960.(Bovelingen)

De huwelijken vonden doorgaans plaats ter gelegenheid van de plaatselijke kermissen. In mijn dorp was dat de laatste week van juli en de week van 11 november (winterkermis) De ouders stelden de data vast en de koppeltjes lieten gedwee begaan.
Een huwelijk in die jaren werd dezelfde dag afgesloten zowel voor staat en als voor kerk.
Volgens de wet moest men eerst een burgerlijk huwelijk afsluiten. Dus ging het jonge paar, gevolgd door alle genodigde familieleden, stoetsgewijze naar het gemeentehuis. Voorop de bruidegom met zijn aanstaande schoonmoeder, dan de broers en zusters van de aanstaanden,ook met hun partner of indien ze nog niet getrouwd waren, met  een  gelegenheidslief. De bruid, gesluierd in een wit kleed, sloot de stoet in gezelschap van haar vader. Bij het verlaten van het huis was er natuurlijk al ruime belangstelling vanwege de buren en nieuwsgierigen.

In het gemeentehuis was natuurlijk niet de ruimte van tegenwoordig. Enkel de getuigen en de ouders mochten mee binnen. Het bonte gezelschap bleef buiten wachten in de gangen of zelfs op de trap. De ceremonie kon wel een tijdje uitlopen, vooral als de jonggehuwden stiekem een fles jenever hadden binnen geloodst om ook de burgervader welwillig te zijn. Maar gezien het gevolg na tientallen minuten ook zenuwachtiger werd en ook rumoeriger  te keer ging , liet de burgemeester het gezelschap maar los.

Dan maar stoetsgewijze naar de kerk, want in die tijd trouwde iedereen nog in de kerk Nu was de volgorde van de stoet wel anders. Bruid en bruidegom gingen arm in arm voorop en ook de stemming bij de nalopers was blijkbaar ook losser geworden.

Hoogtepunt in de kerk was natuurlijk de overhandiging van de ringen die toen vaak gepaard ging met een traantje. Maar eenmaal dat de getuigen hun handteken geplaatst had kon het feest beginnen. Bij het verlaten van de kerk werd er met geldstukken gegooid naar heet publiek. Vele feestvierders hadden echt plezier als ze de plaatselijke dorpsjeugd konden doen duiken op de grond of soms in een plasje water of modder voor enkele centjes.
Bruid en bruidegom werden bedolven onder vers geplukte bloemtuilen uit de plaatselijke tuinen, die hen door de kinderen werden toegestoken. Natuurlijk moest daar een tegenprestatie in de vorm van een geldstuk voor betaald worden. Het was ook de gewoonte dat er een of meer personen stonden die een schoof stro hadden aangestoken.(Zo verbrandde men het jonggezellen bestaan)  Ook zij kregen een financiele beloning. In mijn jeugd was er ook altijd Mil van Cobus, een bejaard achterlijke gehandicapte, die steeds bloemen afgaf en daarna een liedje zong voor het jonge paar. Steeds de zelfde melodie waarvan hij slechts twee regels kende maar die dan tot vijfmaal toe herhaalde, tot wanneer de beurzen opengingen. Ik hoor hem nog steeds zingen : “…twee ogen zo blauw, een van te vechten en eentje van trouw…” Hij was altijd de overwinnaar want hij verdiende het meeste geld.
Ook op de terugweg naar huis stonden hier en daar nog brandende schoven en men hoorde zelfs soms het knallen van een tweeloop om de gebeurtenis extra te benadrukken.

Feesten gebeurde ten huize van de bruid. Alle mogelijke vrije plaatsjes werden benomen om een feesttafel te plaatsen. De receptie gebeurde vaak buiten in de koer of de tuin als het weer meeviel. Daarvoor zorgde het keukenpersoneel, meestal een goede kennis die reeds enkele feestmalen had gedaan, bijgestaan door vrouwen uit de buren. Geen verfijnde toastjes zoals nu maar krachtige hongerstillers die bekwaam geacht werden om de ingegoten aperitieven te onderdrukken.  Als er na enkele tijd hier of daar dan toch een lied werd aangeheven , dan achtte men het tijd om aan tafel te gaan voor een super Bourgondisch feestmaal. De menu liet aan duidelijkheid niets over. Na de klassieke kippenbouillon of oxtailsoep met varkensstaart volgde natuurlijk het huwelijksbootje. Een korfje van bladerdeeg gevuld met kip en champignons die rijkelijk gemengd waren met een melksaus waarin ook de lookbollen flink doorgeurden. Op het korfje stak een wit vlagje dat naar de reinheid van het jonge koppel verwees. Nadien volgde een rosbief omringd door een  groentekrans van verse bonen, erwten en wortelen, bloemkool en andere tuingroenten die in de loop van de vorige week gerooid werden. En om alles een beetje naar beneden te drukken kwam dan een ijsje, geserveerd in een glazen kommetje overgoten met wat gesmolten chocolade. Dan tijd voor wat rust. Van de adempauze maakten de gelegenheidskokkinnen gebruik om de afwas te doen en de kachels en vuren vrij te maken voor het tweed deel. De vrouwen trokken naar buiten met een stoel om nog even te genieten van de toevallige zonnestralen. De mannen daarentegen hadden zich intussen al afgezonderd in groepjes van zes, ergens aan een tafelhoekje, want er waren steeds feestgangers die speelkaarten bij hadden. Tussendoor kwamen er dan bierglazen op tafel en naar gelang het spel duurde hoorde men ook al forsere uitspraken en vloeken.
Omstreeks zes uur moest deel twee van start gaan  Nadat de gebakken haan met salade binnen was, moest weer eens extra plaats gemaakt worden voor de konijn met pruimen. Een culinaire marteling die nochtans in die tijd goed verdragen werd. En dat was eigenlijk nog niet alles. Nauwelijks was alles opgeruimd of daar stond de taart reeds te geuren. Zelfgemaakte reuze vlaaien die gisteren nog dampend uit de bakoven kwamen, geserveerd met koffie en melk.
Intussen hoorde men buiten harde schoten knallen. Buren en vrienden, gewapend met oude verfdozen, water en carbuur, lieten het opgehoopte gas beurtelings ontbranden waarbij dan hun deksels wegvlogen. Die knallen waren bedoeld om de aandacht te trekken van de bruidegom en hem met de flessen naar buiten te lokken;
Ook binnen ging het festijn verder.
Bruid en bruidegom kwamen nog eens langs aan tafel met pralines voor de vrouwen en met de sigaren voor de mannen. Tussendoor werden de laatste resten van de likeurflessen geledigd en mocht elke vrijwilliger zijn muzikaal talent tonen. Alles eindigde in de vroege uurtjes en het waren niet meer enkel de nieuwe bruidjes die verliefd in bed doken.

Jos Schoefs mei 2019

 

 

©GvSw2002-2018

Disclamer

Contact

Medewerkers-auteurs

get_adobe_reader

GvSw webdesign