“Ik ben Irka Stapor en ik werd op 13 februari 1929 geboren in Lodz…

Zo begint het levensverhaal van een bijzondere vrouw die de liefde volgde en op haar 15de in Mechelen-Bovelingen terecht kwam…

Kindertijd in polen

Irka was enig kind en groeide op tot een zelfstandig, ondernemend meisje. Zij genoot van de familiefeesten en herinnert zich nog hoe zij op Kerstavond buiten de wacht moest houden . Wanneer zij de heldere kerstster zag, mocht zij binnen gaan en kon het feest beginnen.

In 1939 werd Polen bezet door de Duitsers. Mensen moesten in lange rijen aanschuiven voor “zegeltjes” waarmee ze dan eten konden kopen. Samen met haar moeder verkocht Irka soep en broodjes aan de wachtenden. Of ze gingen in een naburig dorp bij de boeren aardappelen kopen die zij dan weer verkochten aan de stadbewoners. Toen ze veertien was werkte zij als stikster in een  fabriek van herenhemden.

Op transport naar Duitsland

Op zekere dag werd Irka naar een andere fabriek gestuurd. Daar kwam ze terecht in een grote zaal vol vrouwen die naar Duitsland gevoerd werden. De Duitse mannen waren aan het front en dus werden mannen en vrouwen uit de bezette gebieden ingeschakeld in de oorlogsindustrie. Irka kon nog net een briefje aan haar mama laten bezorgen maar toen mama aan het station kwam, zat Irka reeds in de trein en konden zij enkel naar mekaar wuiven. Dat was het laatste beeld dat Irka van haar moeder had.

Het leven in de kampen

Na een lange, vermoeiende treinreis kwamen de vrouwen aan in Frankfurt/Mainz maar na drie weken verhuisden zij weer naar Berlijn/Mariëndorf. Daar kwamen ze terecht in barakken waar Russische krijgsgevangenen gewoond hadden. Het was er vuil en het stro zat vol luizen en vlooien..

Elke morgen werden de meisjes met de trein naar hun werkplaats gebracht en ’s avonds hetzelfde traject terug. Van de trein moesten zij rechtstreeks naar de kantine waar zij een kom “ruebedaga” , een soort bietensoep met brood, kregen.

Voor een kommetje soep

Op een avond liep iemand tegen Irka aan en haar soep viel uit haar handen. Zij liep terug naar de kantine maar zij kreeg geen tweede portie, zij had maar moeten uitkijken! Gelukkig was er iemand die alles gezien had en het voor haar opnam. “Geef haar een nieuwe kom, zei hij. “Ik heb gezien hoe het gebeurd is en haar treft geen schuld”. Zij kreeg een tweede kom soep maar tezelfdertijd werd zij geraakt door de liefde…. De man die het voor haar opnam was Charel Stevens, haar latere echtgenoot en vader van hun kinderen.

Regelmatig was er luchtalarm en dan moesten de meisjes schuilen. Als het alarm voorbij was keerden zij terug naarhun barak. Daar stelden zij vast dat alles wat ze bezaten – een ringetje, een haarlint, een speldje – gestolen was.

Wie was charles stevens ?

Charel Stevens werd op 18 augustus 1918 geboren in Mechelen-Bovelingen. Toen de oorlog in 1940 uitbrak deed Charel zijn dienstplicht. Hij werd meteen aan het front ingezet maar toen België capituleerde kwam hij terug naar huis. Hij dook onder maar werd verklikt, door de Duitsers opgepakt en weggevoerd naar Duitsland.

Charel sprak Nederlands en Frans en werd al gauw de verbindingsmantussen de Duitse toezichters en de Belgische gevangenen.

Charel was het meisje met de soepkom niet vergeten en regelmatig ging hij langs de meisjesbarakken. Toen vroeg hij of Irka op zondag mee ging naar de film in de stad. Irka mocht als Poolse het kamp niet verlaten maar zij twijfelde geen ogenblik en trok de “P” van haar vestje. Vanaf die dag werd Irka zijn meisje.

Korte tijd later verhuisde de groep meisjes naar Halmstad. Daar werkte Irka in een zwavelmijn. De geur van die zwavel trok in je kleren en ook in je huid.

Irka miste haar vriend en op een zondag waagde ze het: met de trein trok ze terug naar Berlijn. Daar had Charel ondertussen een kamer gekregen. Irka verstopte zich daar gedurende enkele maanden . 

De bevrijding

In 1944 begonnen de Amerikaanse bombardementen op Berlijn. Dan moesten de meisjes naar de schuilkelders. Het was koud, het sneeuwde en Irka zag volwassen mannen huilen van de angst en de ontreddering en zij vroeg zich af waar haar tranen bleven…

Toen kwam de dag dat de Russische soldaten het kamp kwamen bevrijden. Ze leefden in een roes maar toen de Russen de meisjes misbruikten, sloegen Charel en Irka op de vlucht.

Samen met een groep Italianen en Joden trokken zij richting Poznan (Polen). Zij zochten eten bij de Duitse bevolking en ’s nachts sliepen ze in verlaten boerderijen.

Op weg naar Lodz.

In Poznan namen zij de trein naar Lodz, naar mama….

Maar mama was er niet meer. De buren vertelden dat Jadwiga bij de bevrijding op zoek gegaan was naarIrka. Waar was mama? Leefde zij nog ? Jaren later hoorde Irka via het vluchtelingenwerk van het Rode Kruis dat haar moeder in Duitsland geraakt werd door een granaatscherf en aan haar verwondingen overleed.

Irka wou graag met Charel mee naar België komen maar daar waren heel wat formaliteiten voor nodig. Ondertussen woonden zij bij haar papa. Op 15 juni 1945 was het dan zover: zij trouwden! Irka droeg een wit kleedje met een voile.

Enkele dagen later namen zij een trein tot Praag . Daar moesten zij overstappen in beestenwagons richting Rijsel. Van Rijsel ging het naar Luik en daar namen zij de tram, richting Heers. Eindelijk thuis!

Een eigen huis

Charel en Irka kregen een warm onthaal in Mechelen-Bovelingen en na enkele jaren bouwden zij een huis met veel ruimte . Zij kregen immers dertien kinderen. Charel was vaak ziek en dan ging Irka uit werken. Zij werkte in de suikerfabriek van Oreye maar zij ging ook bij de boeren helpen in de bietentijd. En dan volgde ze nog naailessen in Sint-Truiden en maakte de kleding van haar meisjes.

Charel is ruim 20 jaar ziek geweest en toen werd het Irka ook teveel. Een sociale assistente van de dienst voor oorlogsinvaliden zorgde ervoor dat de kinderen gedurende twee maanden naar een vakantiekolonie in Ravels konden.

Terug naar Polen

Op een dag vertelde schoonbroer Fons die in een Luikse fabriek werkte over een Poolse collega die elk jaar op bezoek ging bij zijn familie. Toen had Irka geen rust meer en in 1969 , na 24 jaar, stapten Irka en Charel op de Europabus, richting Polen. Irka zag haar vader terug maar zij kon haar mama niet vergeten.

Na al die jaren was haar trouwringetje versleten en Charel verraste haar met een nieuwe ring.

Charel wordt ziek

In 1955 werd zorgenkind Alex geboren, nummer 9 in de rij. Al vrij snel zagen Charel en Irka dat het jongetje zich niet ontwikkelde zoals de andere kinderen. Alex was een mooi en slim kind maar hij had een groeistoornis.

Charel werd erkend als oorlogsinvalide en overleed op 22 april 1979, hij was nauwelijks 61 jaar. Vier jaar na zijn overlijden leerde Irka een nieuwe man, Jules kennen. Met hem beleefde Irka nog 20 mooie jaren.

In 2002 kwamen er weer donkere wolken over: Alex overleed aan kanker, hij werd 47 jaar.

Irka verkocht haar huis en verhuisde naar een mooi appartement in Heers. Zij bleef tot haar 80ste met de auto rijden en ging regelmatig naar haar dochter die in het Zuiden van Frankrijk woont.

Dit is in grote lijnen het leven van Irka, het meisje dat op haar 14de opgepakt werd in Lodz en in de Duitse werkkampen terecht kwam.

Daar leerde zij een Vlaamse jongen kennen en zij volgde hem naar België. Het verhaal van een uitzonderlijke liefde…

Irka overleed op 30 juni 2018 te St Truiden

Met dank aan Jean-Louis Stevens


Maj Vandergeten april 2023

2 reactie op “Het verhaal van Irka Stapor”

Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *