Verzakking van de vloer van de kerk van Vechmaal in 1917
Pastoor J. Reinartz was van 1906 tot 1921 pastoor van Vechmaal. Hij hield gedurende zijn verblijf in Vechmaal een dagboek bij van de gebeurtenissen tijdens Wereldoorlog I en schreef hierin ook allerlei wetenswaardigheden over Vechmaal. Op 4 maart 1917 schreef hij het volgende:
“Den 4 maart 1917, na de hoogmis, zakten twee steenen van den vloer voor de communiebank in. Een holle diepte vertoonde zich. Men kwam weldra tot de ontdekking dat de voorgevel van een grafkelder gedeeltelijk was ingezakt. Onder de communiebank vond men eenen schoonen grafkelder in mergel. Daarin vonden wij eenige overblijfsels van doodskisten. Van de bovenste planken was niets meer overgebleven. Op de onderste planken lag hier en daar een stuk been, wat hoofdhaar en stukken van een zijden kleed. Van jaargetal of opschrift niets gevonden. De opengevallen holte is weer met grond toegevuld. Waarschijnlijk is de grafkelder die van Hinnisdaelen.”
Pastoor Reinartz maakte ook een register van jaargetijden op. Hierin geeft hij een nog wat meer details: “Den 4den maart 1917 , juist na de hoogmis, zakken twee steenen van den vloer voor de communiebank in. Eene holle gapende diepte vertoonde zich. Men kwam weldra tot de ontdekking dat een voorgewelf van een grafkelder gedeeltelijk was ingezakt. Er bevindt zich inderdaad onder de communiebank eenen schoone grafkelder in mergel gemetst. Daarin vonden wij eenige overblijfsels van zes doodskisten. Van de bovenste planken was niets meer overgebleven. Op de onderste planken lag hier en daar een stuk been, nog wat hoofdhaar en stukken van een zijden kleed. Van jaartal of opschrift werd niets bevonden. De opengevallen holte is met grond aangevuld geworden.”
Er zijn een aantal 17de- en 18de-eeuwse geschriften waardoor we met grote zekerheid kunnen stellen dat het hier gaat om het graf van Herman van Hinnisdael (+1418) en zijn echtgenote Catharina van Gutschoven (+1421). Naderhand moeten er in de grafkelder dan nog andere verwanten van hun begraven geweest zijn. De grafsteen boven de grafkelder was een grafsteen met persoonsvoorstelling. Hij wordt het laatst vermeld in 1844, toen de oude kerk van Vechmaal afgebroken werd. Sindsdien is de grafsteen spoorloos.
De Luikse wapenheraut Lefort bracht rond 1708 een bezoek aan de kerk van Vechmaal en vermeldt de locatie van de grafsteen:
“Au village de Fimael a l’entree du coeur est la sepulture de Herman van Hynnisdael et Catharinae Gutscoven avec les armes.” (in het dorp Vechmaal aan de ingang van het koor is de grafsteen van Herman van Hinnisdael en Catharina van Gutschoven met hun wapenschilden)
Verder schrijft hij nog (vertaald uit het Frans): De grafsteen bedekt de ingang van de grafkelder waar zijn lichaam rust samen met dat van zijn vrouw. De grafkelder onder het koor is redelijk groot.
Lees hier de volledige tekst.
Verscheen in het gemeentelijk infoblad winter 2026
Peter Vanbrabant september 2026

Interessant artikel!
Ik wordt graag verder op de hoogte gehouden.
Kristina Adriaensen-Anciaux