Jeannine Leduc over haar dorp Gutschoven

Wie schrijft / zegt dit ?

Jeannine Leduc, geboren en getogen in Gutschoven op 05.06.1939. Vader Vincent Leduc, Waal van Crisnée ,veehandelaar, ° 28.10.1908 + 04.07.1959 , moeder Laura Knaepen, onderwijzeres ° 08.09.1911 + 09.06.2008. Ik was de jongste van vier (mijn oudere broers zijn Joseph, Henri en Louis
Ik woonde en ben opgegroeid in Gutschoven in ons huis tegenover het huis van mijn grootouders, vlak bij de kerk die omringd is door het kerkhof;, met vlakbij de pastorij, het tennef en de waterpomp. Wij woonden in de Dorpsstraat. Alle kleine dorpjes hadden een Dorpsstraat. Onze Dorpsstraat werd na de fusie Wijngaardstraat genoemd.
Ons kleine Gutschoven lag op de kruising van twee straten : de gewestweg Heers, Veulen, GUTSCHOVEN, Broekom, Borgloon en de verbindingsweg tussen de Romeinse Heirweg op te taalgrens via Horpmaal, GUTSCHOVEN met gehuchtje “ Op de BEK “, Voort en Borgloon

DE KERK VAN GUTSCHOVEN ligt centraal in het dorpje, waar beide wegen elkaar kruisen. De kerk is gebouwd omstreeks 1741-42/1770 .De kerktoren was tegelijkertijd een verdedigingstoren waar de bevolking zich kon verschansen en bescherming vinden tijdens de plundertochten van rondzwervende troepen. De toren is veel ouder dan de kerk. Hij zou gebouwd zijn in de 11de of 12de eeuw De stenen gebruikt voor deze versterkte toren zij Maaskalksteen en Maastrichtersteen. Wij noemden het altijd silex. Omstreeks 1920 werd de ingang van de kerk gekapt in de oude toren en de vroegere ingang werd dichtgemetseld met een zeer oude grafsteen.
De beschermheilige(n) van het Gutschovens kerkje zijn” DE DRIE MOREN. De legende zegt dat drie afgedwaalde soldaten – de drie moren – op zoek waren naar water tijdens een grote droogte. Een van de moren stak zijn lans in de grond “op de Bek “ en daar borrelde een bron met helder water uit de laag gelegen Bekgrond. Zij waren gered. Hun afbeeldingen sieren een zijaltaar van de kerk.
Mariëtte van Yang van Nès ( zo werd de eigenares van de grond waar de bron eeuwenlang opborrelde) heeft de bron gedicht . Ze lag immers op haar eigendom. Ik durf echter opteren voor het feit dat DE WATERWINNING gebouwd aan de oude molen in Broekom ( in vogelvlucht dicht bij de Bek ) oorzaak is van het niet meer opborrelen van de bron van “de die Moren” Er zijn als gevolg van de massale waterwinning aan de Molenberg overal in de beemden verzakkingen vastgesteld.

OVER DE INWONERS VAN GUTSCHOVEN.
Gutschoven en omgeving zijn reeds van voor onze tijdsrekening bewoond, de reden daarvan is de zeer vruchtbare grond en de aanwezigheid van bronnen en beken. Mijn broer Henri vond in de omgeving van onze zeer kleine kersenplantage een prachtig silex vuistbijl. Vindplaats op kleine afstand van de Romeinse tumulus ,gelegen aan een zijweg van de Romeinse heirweg . In de omgeving van Gutschoven zijn trouwens verschillende grondvesten van Romeinse villa’s blootgelegd maar spijtig genoeg werden de grondvesten niet bewaard. ( Boeren wilden hun gronden zo snel mogelijk weer bewerken en er was geen interesse of geld om de unieke resten te bewaren )
GUTSCHOVEN verwijst naar de naam van een van de vroegere heren-grondbezitters. De heren van Gutschoven. het Hof van GUT vandaar de naam Gutschoven zoals alle dorpen die … op “hoven” eindigen: Mettekoven, Engelmanshoven enz…

Poort van hoeve Steenebruggen (foto Roger Knaepen)

In mijn kinderjaren telde Gutschoven enkele zeer grote kwadraathoeven die naast het herenhuis ook een woning van “De Bouwman “ hadden (nu zou je hem meesterwerkman of werfleider noemen) met aangesloten in kwadraat gebouwd de stallingen en de zeer grote schuren. Een van de mooiste zeer oude kwadraathoeven is “STENENBRUGGE “, deze hoeve leek meer op een versterkte hoeve . Deze hoeve is jammer genoeg in verval. Het Wijngaardhof, eveneens een majestueuze hoeve, wordt nu gebruikt als gastenverblijf. De heren van deze grote kwadraatshoeven hadden in mijn jeugd ¾ van de landbouwgronden, weiden en fruitboomgaarden in hun bezit. Dit heeft gevolgen voor de latere aanleg van de grote laagstamboomgaarden ( zie verder ).
Er waren ook kleinere boerderijen, eveneens in kwadraat gebouwd en langgevelhoevetjes waar boeren keihard werkten ( zeven dagen op zeven )
De landbouwknechten en – meiden woonden dikwijls ook in de boerderijen of aangrenzende huisjes. Gutschoven had uiteraard ook enkele goed draaiende cafés waar de cafébaas vaak ook kapper was en enkele kleinere winkeltjes waar je letterlijk alles kon kopen: van klompen over zaaigoed tot etenswaren en naaigerief, stoffen enz.
Toen de landbouw geleidelijk aan gemechaniseerd werd gingen landbouwersknechten werken in de Luikse staalindustrie en koolmijnen. De boerenmeiden gingen “ dienen “ als huishoudhulp in de stad, Luik, Brussel,… Voor de arbeiders die in het Luikse werkten werden door een privéuitbater “den DONY “ bussen ingelegd die de arbeiders naar en van hun werk brachten. Ik herinner me nog heel goed deze groen en beige gekleurde autobussen die dagelijks arbeiders naar het Luikse vervoerden.

GELEIDELIJKE OVERGANG VAN LANDBOUW NAAR FRUITTEELT EN LATER NAAR DE MEGA LAAGSTAM FRUITAANPLANTINGEN DIE ALS GEVOLG VAN ONDERMEER DE RUILVERKAVELING ONTSTONDEN EN ONZE ZEER AANTREKKELIJKE VELDEN EN WEIDEN VERNIELDEN.
Laat me eerst vertellen hoe iedere Gutschovenaar zijn kleine fruitplantage bewerkte en in het seizoen met zijn fruit eerst naar de markt (Borgloon had een fruitmarkt) trok, later naar de veiling, geleverd op het inschrijvingsnummer van een bevriende fruitteler. Rode bessen, stekelbessen, aardbeien en zure kersen plukten we. Mijn broers zelfs kersen vanop een torenhoge ladder uit hoogstamkersenbomen. Een gevaarlijke opdracht. Sommigen dorpsgenoten hadden op een klein perceeltje eigen grond geërfd of gehuurd van het O.C.M.W., de kerkfabriek of van oudere mensen die de grond niet meer konden bewerken. Tijdens de grote vakantie of na de school plukten wij allemaal fruit en we waren fier op de centjes die ons per kilo in de hand uitbetaald werden.
Geleidelijk aan werden de grote fruitweiden gerooid en werden er rijen laagstam appel– en perenbomen geplant. De grote eigenaars verhuurden of verkochten hun gronden voor deze aanleg van laagstamaanplantingen en met de goedkeuring van de ruilverkaveling werden door het ruilverkavelingscomité zo groot mogelijke kavels aangelegd die in mijn klein dorpje Gutschoven onze velden onherkenbaar veranderden. De grote percelen werden omheind met hoge geplastificeerde rasterdraad en hier en daar stond een dubbele “barrier” die de megaplantages afsloten. Spreekwoordelijk kon geen haas of konijn nog van het eerder voormalige perceel naar het andere. In de beginfase werd er onnoemelijk veel gesproeid met sproeimiddelen die alle grassen en plantengroei onder de boompjes vernietigden. Deze intense besproeiing vernietigende ook vogels, hazen, konijnen enz. Zo verdween ook de leeuwerik . Om percelen zo groot mogelijk te maken werden de vroegere hagen en “sticheltjes” tussen verschillende weilanden uitgetrokken en vernietigd. Vlak bij de Romeinse tumulus werd een gedeelte van de aftakking van de romeinse heirweg zelfs opgeheven. De velden, kleine aanplantingen ,fruit-weiden, graslanden verdwenen allemaal. Ik herken me niet meer in de velden en weiden waar wij vroeger wandelden en speelden. Het landschap is onherkenbaar veranderd , alle aantrekkelijkheid en diversiteit is verdwenen, zeg maar vernield.

DE ROMEINSE TUMULUS
De Romeinse tumulus, gelegen aan de zijweg van de grote Romeinse heirweg, was in mijn lagere schooltijd in Gutschoven een van de meest boeiende plaatsen waar wij als lagere schoolkinderen “aan opgravingen deden”. Met onze kleine kinderspaden probeerden we te graven naar “ de Romeinse schat “ die daar ongetwijfeld verborgen lag. Ondanks onze ijverige zoektochten vonden we niets en toch bleven we regelmatig zoeken en dromen aan en over de geheimzinnige heuvel, de TOM” zegden wij, die zo dicht bij ons dorpje lag. Mijn nonkel Julien Koll, notarisklerk, heeft uiteindelijk “de Tom” gered van verdere afgraving en dit voor een spreekwoordelijke frank.
De boeren akkerden immers elk jaar opnieuw een klein beetje van de ronding van de tumulus weg en de regen en konijnenpijpen lieten jaar na jaar ook grond afkalven.
In 1958 werd eindelijk door de archeologen van het Gallo-Romeins museum beslist opgravingen te doen, de tumulus van Gutschoven te onderzoeken, maar er was slechts geld voorzien voor slechts 2 X ¼ af te graven. Ik was er als de kippen bij, samen met enkele klasgenootjes. We werden wel op afstand gehouden.
De archeologen ontdekten dat er een roofgang gegraven was dwars door de tumulus. Tijdens de Franse revolutie gebeurde dit regelmatig om op deze wijze de graven te plunderen. Gelukkig bleek dat de roofgang op nauwelijks 50 cm het ongeschonden graf mistte. In het Gallo Romeins museum kan u de inhoud van het graf bewonderen. Het archeologisch onderzoek leerde de onderzoekers ook dat de tumulus was aangelegd op een vroegere begraafplaats (brandgraven uit de late ijzertijd).
Een andere zeer merkwaardige vondst gebeurde nog dichter bij ons huis in de Wijngaardstraat.
Vroeger stond op de hoek van de Kraanstraat (een weg met enkele huisjes van landbouwersknechten) een boerderij die afgebroken werd omdat ze bouwvallig was en omdat zij voor de aanleg in beton van de vroegere Dorpsstraat, nu Wijngaardstraat hinderlijk was. De oude modderige kiezelweg werd rechtgetrokken en verbreed. Tegenover deze oude boerderij lag er een zeer groot weiland, een drietal meters hoger dan de weg. Mijn mama vertelde dat varkens die langs de vroeger modderige kiezelweg in de gracht graasden vaak beenderen loswoelden uit deze gracht. Dit raadsel werd opgelost bij de aanleg van de betonweg naar Horpmaal. In het hoogste gedeelte van de grote weide vonden de wegarbeiders bij afgraving tal van geraamten ( per twee of drie , soms meer) die niet mooi geordend begraven lagen maar vermoedelijk per familie begraven. Er werd geen knoop of resten van kleding gevonden. Onderzoekers, die ter plaatse de nodige opgravingen deden, vermoedden dat het om de begraafplaats ging van slachtoffers van de pest die regelmatig in onze streken woedde. Er is nooit geen duidelijkheid verstrekt over deze akelige vondsten.

Bron: verhaal van Jeannine Leduc 30 september 2022
Jeannine overleed op 27 oktober 2023 Overlijdensbrief


Georges Vanschoonwinkel april 2024

Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *