De molen van Heks

De molen van Heks

In de Molenstraat 42 te Heks bevindt zich een unieke combinatie van een graan-watermolen en een pompwatermolen. De eerste werd in de dertiende eeuw opgericht door de Cisterciënzers van de abdij van Villers. Deze abdij ontving in 1174 van gravin Agnes van Loon haar domein in Heks. In 1282 wordt vermeld dat de abdij Monnikenhof bouwde, bomen plantte op de gemeenteweide en de Herkebeek afleidde naar een molen. De oude kern van dit gebouw, een woon-en een molenhuis, vlak naast de Herkebeek, dateren van de 17de eeuw B (tweede helft) of van de 18de eeuw A (eerste helft). Zij zijn vermeld op de Ferrariskaart (1771-1777) en in de Atlas der Buurtwegen (1844).
Het fraaie bakstenen gebouw bezit venster- en deuromlijstingen in natuursteen. In het molenhuis bezit de graanmolen nog zijn metalen bovenslagrad en zijn binnenwerk met twee steenkoppels, één koppel stenen voor het malen van broodgraan dat uit stukken natuursteen bestaat, tegen elkaar aansluiten met opvulling van cement en samen gehouden worden door een band en het tweede voor voedergranen voor dieren bestaande uit kunststof of beton. Alleen de bovenste steen van elk koppel beweegt bij het malen. Het metalen bovenslagrad is een spakenwiel van wel 4 m diameter met metalen schoepen. Op het metalen bovenslagrad viel het water op het wiel en dreef het wiel langs boven aan.
Het water van de molenbeek bereikt het bovenslagrad, nu opgesteld in een klein gebouwtje, langs een open goot via een normale industriële 8″-afsluiter. Over de watergoot staat nog een klein gesloten gebouwtje, waarin een onderslagrad met een diameter van ongeveer 2 min de aanvoergoot draait. Het kleine schoepenwiel, eveneens een spakenwiel met schoepen, gedragen enerzijds door de muur van het kleine gebouw eromheen. en anderzijds door een stalen constructie, is veel lichter dan het grote. Het bevindt zich enkele meter in het toevoerkanaal opwaarts voor het grote. Op de wateras van het kleine wiel staat een excentriek die via een stang de zuiger van een grondwaterpomp aandrijft. Deze moest voldoende druk geven om een afstand van 300 m en een hoogteverschil van minimum 50 m te overwinnen naar een watervergaarbak van het kasteel van Heks. Opdat de graanmolen toch over voldoende kracht zou beschikken, kon de molenaar een sectie van het onderslagrad demonteren en kon het water ongehinderd naar de molen stromen. De mechanismen van zowel de graanmolen als van de pompmolen zijn nog aanwezig.
Deze pomp dateert van na 1884, toen de graanmolen werd ingeschreven als landgebouw. De pomp is van voor 1944 niet meer in werking. Nadien deed een storkpomp dit werk en thans heeft de aangesloten waterleiding de watervoorziening voor het kasteel eenvoudiger opgelost.
De molenaar moest de stenen kunnen scherpen. Dit is één of tweemaal per jaar het opnieuw uitkappen van de gleuven in beide stenen van elk koppel met een staalijzeren beitel, waarbij de voorzorg dient genomen te worden de handen met lederen handschoenen en .de ogen met een. bril te beschermen tegen de stukjes metaal die van de beitel wegvliegen. De toevoer van graan op de maalstenen wordt geregeld met een klein handbediend tandwieltje op ooghoogte.



Ongeveer 150 m voor de molen richting Vechmaal stond de tap, een constructie met een schuif. Wou de molenaar malen, dan moest hij de schuif in het water van de beek laten zakken om het water op te houden en zo te doen stijgen. Stond het water hoog genoeg in de tap, dan vloeide het over in de aanvoergeul van de molen. Bij voldoende water in de aanvoergeul, draaide de molenaar de schuif¬deur van de open goot open, het water stroomde het bovenslagrad op en het malen kon beginnen.
Door de overheid was destijds in de molen een ijkpunt voorzien, dat bepaalde hoe hoog het water in de aanvoergeul mocht staan. Was het ijkpunt te hoog, dan had het hoger gelegen Vechmaal water-overlast. Het water trok niet meer af en bleef in de weilanden en beemden van Vechmaal staan. In de oude archieven zijn processen over het ijkpunt tussen molenaar en de gemeente Vechmaal terug te vinden.
Op 13 juli 2005 werd de korenmolen beschermd als monument en de omgeving als dorpsgezicht. Met een volledige restauratie als doel is een uitbreiding van de bescherming voor de pompmolen in voor-bereiding.
Kadastrale gegevens vermelden molenaar Lodewijk Lowet als eigenaar in 1844 (beginperiode van
het Belgisch kadaster), de weduwe en de kinderen in 1845, door deling landbouwers Lowet-Gillis en konsoorten in 1847 en door deling molenaar Lodewijk Lowet-Dupont in 1860. Daarna, d.w.z. nog vóór 1900,- werd de molen eigendom van de kasteelheer.
Als huurders kunnen we vermelden: Pascal Bouveroux in 1898, molenaar Dominique Benats van vóór W.O.I tot 1944, zijn zoon Gustaaf Benats, eveneens molenaar, van 1944 tot 1961 en sinds 1961 heeft Robert Peters-Baldewijns nog enkele jaren uitsluitend voor eigen gebruik gemalen, en daarna alleen het woonhuis betrokken. Hij (84 j. in 2010) onderhoudt en verzorgt ook goed de omgeving van de molen.
Door middel van kammen of tanden kan een tandwiel een ander tandwiel aandrijven. Kammen zijn tanden in hout van een speciaal harde soort, zoals esdoorn (jaantehout) of lijsterbessenhout (sorbus domestica, vooral in Zuid-Europa)(taai hout dat soepel is en goed tegen wrijving kan). Dit hout is in onze streek alleen in de bossen van het kasteel te vinden. Het kasteel stelde bij een herstelling het nodige hout ter beschikking en de tanden werden vervaardigd door de schrijnwerkers Joseph en zoon Louis Vanbrabant te Vechmaal. Later werd ook appelhout gebruikt.
De houtsoorten van twee wielen moeten verschillend zijn, bij voorbeeld azijnhout en palmhout om slijtage tegen te gaan. In de molen van Heks is een combinatie van ijzer en hout gebruikt. Om de slijtage tegen te gaan moet ook het aantal tanden van één van de wielen een priemgetal zijn. (alleen deelbaar door één en zichzelf). Bij het voorbeeld van wiel A met 59 (priemgetal) tanden en wiel B met 26 tanden komen dezelfde tanden opnieuw met elkaar in aanraking na 59 x 26 of 2124 omwentelingen. Zo komen niet voortdurend dezelfde tanden tegenover elkaar, hetgeen de slijt verdeelt over alle tanden. De houten tanden van de wielen zijn apart gemonteerd, staan los van elkaar en zijn aldus bij tandbreuk snel vervangen. De tandbreuken kwamen het meeste voor bij het eerste tandwiel, ook met houten tanden, in een voortdurend vochtige omgeving. Dit tandwiel staat vast gemonteerd op de boom (werkelijk de stam van een volledige eik) die de molen binnenkomt en aangedreven wordt door het grote schoepenrad. De as van het schoepenrad rust op twee kussens: een bronzen binnen en een in steen buiten, goed van olie voorzien. Dominique smeerde het stenen kussen met een stuk spek. De winterkoude speelde de molenaar omwille van de vorst wel eens parten met het rad. Houten kammen of tanden worden enkele malen per jaar behandeld met bijenwas of met potloodpoeder vermengd met olie, hetgeen het schuiven van de glad geworden tanden bevordert en de slijt vermindert. Dit is het wassen der tanden.
In W.O.I werd door de Duitsers een dieselmotor van Moës te Borgworm geplaatst in een der stallingen van de molen om elektriciteit op te wekken voor hun eigen troepen èn voor het kasteel van Heks. Achteraf zou hiermee ook het ganse dorp van elektriciteit voorzien zijn geworden.
Bij gelegenheid van de openmonumentendag van 12 september 2010 werd deze molen  voor het groot publiek opengesteld.

Met dank aan Gustaaf Benats (85 j. in 2010) voor de informatie, het bezoek samen ter plaatse en de bespreking over de inhoud van dit artikel..


Jos Valley / Arnold Dewelf april 2018

 

Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *