Gekende pastoors van Horpmaal

De oudste gekende pastoors die in Horpmaal vermeld worden

Het kapittel St-Martinus van Luik had het recht de pastoors te benoemen en de tienden te heffen, waarschijnlijk was dat recht een deel van de eerste dotatie van deze collegiale kerk.
De oudste vermelding die van Horpmaal gemaakt wordt dateert in een charter -blad perkament waarop akte is geschreven die ter bekrachtiging is bezegeld- van 1181.
Het kapittel had eveneens een rentehof te Horpmaal, de rente en de twee derden der tienden waren een verplichting het aan dit hof te betalen waarna dit werd overgemaakt aan de kanunnikkoster van het kapittel St-Martinus, reeds vóór 1230, met de overige opbrengsten werden besteed voor de aanschaf van kaarsen en andere voorwerpen, maar in dat jaar keerden de opbrengsten terug naar het kapittel ingevolge een contract met de kanunnikkoster.
Wegens de koordiensten in de collegiale kerk had het kapittel het dikwijls moeilijk om pastoors te benoemen, in de parochiekerken waar ze dat recht bezat; daarom gaf bisschop Jean d’Aps in mei 1231, toelating aan het kapittel om in deze kerken kapelaans te benoemen. Aan deze kapelaan moest betaald worden; 8 Luikse Marken en 6 vaten spelt, de rest van de opbrengsten zou dienen voor de dagelijkse uitdelingen aan de kanunniken.
Het klooster van ” le Val des écoliers ” te Luik dat ook de tienden van 9 bunders grond te Horpmaal had, verkocht dit recht aan St-Martinus op 7 december 1276, tegen een rente van 8 Luikse Marken en tevens een half vat koren en een half vat gerst te betalen aan de kerk van Gutschoven.
Het kapittel van St-Martinus bezat te Horpmaal verschillende bunders grond, dankzij erfenissen, giften of aankopen.

  • Guillaume, genoemd in het jaar 1305
  • Galianus Nijs, genoemd in 1477
  • Andrianus van Branteghem, genoemd in 1486
  • Joannes Lachart, genoemd in 1486
  • Henricus de Lutzenborch, genoemd in 1504
  • Henri Punders, kapelaan van St-Martinus te Luik, van 1497 tot 1520.Onder zijn pastoorschap in 1509 werd er een nieuwe klok ” Lamberta ” gewijd, en in 1521 werden herstellingen aan de kerk uitgevoerd met stenen van Sichem.
  • Tilman Proenen, ook kanunnik van St-Martinus te Luik, benoemd in 1529Joannes de Sarto, student rechten te Leuven in 1532, kerkelijke rechten en burgerlijke rechten in 1535
  • Fastrardus Persoens, genoemd in 1544
  • Nicolas Jenicot, ook student rechten te Leuven in 1557
  • Henri de Fabrica, genoemd in 1558 en gestorven in 1565
  • Otton de Bruxhe, genoemd in 1565
  • Pierre Fabri, gestorven in 1580
  • Hubert Wijnrocx, benoemd in 1580 als opvolger
  • Chretien Brugelmans, in 1593,
  • Arnoldus Fabri, benoemd in 1593 als vervanger;nadat Chretien Brugelmans de parochie verliet.
  • Jean de Vivario, wordt vermeld als gehuisvest pastoor in 1597, maar waar?
    In het boek “Het dorpsverleden van Vechmaal 1978” blz. 31, wordt er ook melding gemaakt onder n° 13 als volgt; Jean de Vivario, wordt vermeld in 1586, hij verbleef eveneens in Vechmaal, waar hij in 1600 stierf. Is deze persoon dezelfde pastoor? Zoals verder melding wordt gemaakt in een geschreven tekst door kanunnik J.Daris -Notices sur les eglises- in die tijd over de pastoors, dat zij zelf niet verbleven in de parochie, maar zich lieten vervangen door een kapelaan.
    Vicaris-generaal Chapeauville begaf zich op 4 september 1597 naar onze parochie, op voorwaarde dat er een wedstrijd werd ingericht, er was maar één kandidaat pastoor namelijk;
  • Martin Caroli, 1598, van Momalle, overleden in 1607, werd hij opnieuw vervangen door;
  • Hubert Egidius Gilson, 1607-1609, ook van Momalle.
  • Gerardus Laurenti, benoemd als kapelaan in 1615 en overleden in 1633
  • Egidius Jacobi, seminarist in 1633, deze pastoor stelde vanaf dat jaar -1633- de doop- huwelijk- en overlijdensregisters samen.
    Maar datzelfde jaar nog werd ons dorp Horpmaal geplunderd door de soldaten van Jan de Weert.
    Na hun vertrek ontstond er een besmettelijke ziekte, waardoor ongeveer 60 mensen stierven. In 1637 was de hongersnood zo groot dat er voor 8 1/2 Brabantse florijnen aan graangewassen werden verkocht als vervangingsinkomsten.
  • Joannes Delleheidt, als opvolger, van 1638 tot 1644, richtte in 1643 het broederschap van de Rozenkrans op om de godsvrucht tot de H.Maagd te bevorderen.
  • Johannes Bormans, benoemd op 10 januari 1648 gaf zijn ontslag in 1654; in zijn plaats werd voorgesteld…
  • Léonard Reuthen, volgens de aantekeningen heeft hij het voorstel niet aangenomen, want op 3 juni 1655 werd Reuthen vervangen door:
  • Johannes Smets, die niet lang te Horpmaal verbleef, kreeg de benoeming op 23 juni 1656, als pastoor te Mechelen-Bovelingen, en verbleef er 9 jaar.
  • Jean Mirandi wordt in 1657 vermeld; in datzelfde jaar vernieuwde hij het broederschap van de Rozenkrans. Hij ondersteunde zijn parochianen gedurende de oorlogen van Lodewijk XIV, en stierf op 21 november 1681. Zijn grafsteen met inscriptie is terug te vinden in de kerk, links onder in de overgang van middenbeuk naar de zijbeuk
    Galianus de Wuysherck, werd aangesteld als tijdelijke vervanger in 1682.
  • Richard Lhoest, was de opvolger en een van de waardigste pastoors, hij was nochtans in een proces verwikkeld met de parochianen, die weigerden hem, per huisgezin, de gift van een brood met Kerstmis en Pasen.. De aartsdiaken gaf gelijk aan de pastoor in 1687.
    In 1693, hielp Lhoest zijn parochianen, ongelukkig, wegens de inval van de soldaten en de bijkomende besmettelijke ziekten. De sterfgevallen bedroegen, 6 à 9 per jaar en nu 20, drie inwoners werden door Franse soldaten gedood.
    Het kerkbezoek te Horpmaal in 1700, door de aartsdiaken van Haspengouw, volgende aantekeningen vermelden; “Alles in goede staat, er waren 200 communicanten verdeeld over 50 huisgezinnen. Richard Lhoest stierf op 19 januari 1712.
  • Agidius (Gilles) Melotte, van Gothem, werd pastoor van 1712 tot 1740.
    Pastoor Melotte was zeer ijverig om zijn plichten te vervullen en vol liefdadigheid voor zijn parochianen, die nochtans ook weigerden hem het brood te geven met Kerstmis en Pasen, maar ook hij reclameerde bij de aartsdiaken zoals zijn voorganger. Over de uitspraak met de aartsdiaken is niets geweten.
    Op donderdag na Pasen, in 1740, ging pastoor Melotte naar Tongeren, om er met andere priesters van het concilie zijn goedkeuring te geven aan de “Bulle Unigentius”, akte door de bisschop voorgeschreven op 21 januari van dat jaar.
    Deze reis verergde de ziekte van de pastoor, die stierf op 28 juni 1740.
  • Jean Knapen, van Horpmaal , die sinds 1727 pastoor was te Widooie, werd zijn opvolger.
    Uit zijn registers vernemen wij dat op 30 mei 1745, de hulpbisschop het vormsel toediende aan meer dan 3000 personen, en dat hij nog een tweede keer vormde op 14 oktober 1749. Diezelfde dag consacreerde de hulpbisschop ook twee altaren ter ere van O.L.Vrouw en St-Jan-Baptist, en een ander ter ere van St-Lambertus en van St-Roch. Pastoor Knapen stierf plotseling op 12 januari 1770. Vervolgens;
  • Winand Clenians, verbleef maar 5 jaar in de parochie; hij overleed op 2 december 1775.
  • Jean Claes, van Veulen, bediende dan de parochie met grote ijver gedurende 15 jaar. De inval van de patriotten van Luik legde hun beslag op het kasteel van De Vivier, op 29 en 30 april 1790. De pastoor hield er een hartkwaal aan over en overleed kort nadien op 12 mei 1790.
    Optekening register; “Obiit pie, ut vixit, in Domino, R.D.Johannes Claes hujus parochiae per quidecim annos rector zelosus”.
  • J.H.Gelaudy, van Gutschoven, beleefde de slechtste tijd van de Franse Revolutie, de 22ste mei 1797 verloor hij zijn kapelaan Jean Coenen, die zich 27 jaar toegewijd had aan de christelijke opvoeding van de kinderen in de parochie, hij was 54 jaar oud en 30 jaar priester.
    Gelaudy wilde in 1797 de eed niet afleggen en werd daarom veroordeeld tot ballingschap, maar hij werd niet aangehouden door de gendarmen, omdat hij op tijd kon vluchten.
  • Winand Stevens, van Gelinden, deze pastoor verbleef van 1809 tot 1818.
  • Henri Joseph Bormans 1818 – 1847
    Ook deze pastoor heeft een lang priesterambt vervuld in onze parochie. Onder zijn leiderschap werd de kerk van Horpmaal in zijn ambtsperiode van 29 jaar grondig vernieuwd en vergroot. De kerk werd voorzien van een beeld als tweede patroonheilige n.l. St-Gerlacus en verrijkt met de relikwieën van deze heilige.
    De gedenksteen van deze pastoor vindt men ingemetseld rechts in de voorgevel van het kerkgebouw. Door de nalatenschap van wijlen E.H. Bormans hebben de erfgenamen om toestemming gevraagd aan de kerkfabriek, zitting van 3 september 1848, om een gedenksteen te mogen plaatsen in de muur van het kerkgebouw, een vergoeding van 60 frank werd aangeboden als onkosten voor het plaatsen van deze steen; Met goedkeuring van het Provinciebestuur, n° 508, is de gedenksteen er dan ook geplaatst.
  • Martin Neven, parochiepriester van 1848 tot 1860, vervolgens aangesteld als deken van het Dekenaat Bilzen. Hij was de initiatiefnemer in overleg met het gemeentebestuur in 1858, dat er een nieuwe toren zou gebouwd worden. Zijn opvolger heeft dit werk dan verder onder zijn hoede genomen.
  • Jean Baptist De Grove, van Mechelen, 1860 – 1867. Geboren in de Lange Pennickstraat te Mechelen op 26 augustus 1813. De ouders waren, Hendrik De Grove, een tuinder, geboren te Mechelen op 6 april 1791 en overleden te Gent op 24 augustus 1844, zijn moeder Johanna Schelekens, geboren te Laken op 18 juli 1782 en overleden te Mechelen op 16 december 1842. Het gezin woonde te Mechelen, achtereenvolgens in de Lange Penninckstraat -1813-, in de Hertshovenstraat -1816-, in de Kroonstraat -1826-, en in het Paardestraatje -1829-.Pastoor De Grove had 3 zusters : Catharina, 1816-1885 , en is nooit getrouwd geweest, Maria °1826, en Amelie °1829 , na de dood van zijn vrouw verhuisde Hendrik naar Gent, daar is gans het gezin gestorven.
    Priester gewijd te Luik op 13 augustus 1836 en werd nadien eerst leraar en vervolgens van 1836 tot 1849 directeur van het St-Jozefcollege te Beringen.
    Hij was enorm verknocht aan het Koningshuis. Op 27 september 1849 benoemde de bisschop van Luik deze priester tot pastoor van Halen, waarna de installatie plechtigheid plaats had op zondag 8 april 1850, samen met die van de nieuwe burgemeester Louis Machiels.
    Tot groot spijt van de Halenaren werd pastoor De Grove op 23 juli 1860 pastoor benoemd te Horpmaal.
    Eenmaal aangesteld als nieuwe parochiepriester, werden verschillende broederschappen opgericht, zoals; de H.Kindsheid in 1861, de gedurige aanbidding in 1863, het Genootschap van de Gelovige zielen en dat van de Gelukzalige Berchmans in 1865.
    Pastoor J. B. De Grove overleed te Horpmaal op 23 december 1867, leeftijd 54 jaar, en werd er begraven (onder de toen groeiende treurwilg) op 2 januari 1868. Het grafkruis is niet meer op het kerkhof ter plaatse, dit werd gebruikt als tegengewicht (bevestigd door een getuige) voor een heftoestel tijdens werken aan de toren (+ 1965) en nooit meer terug geplaatst na deze werken.
  • Gillis Meyers, benoemd als opvolger, 1868 tot 1872.
    Geboren te Jesseren in 1814, priester gewijd te Luik in 1840 en daarna als plaatsvervanger aangesteld te Amby bij Maastricht in 1840, vervolgens te Landen in 1846, pastoor van Bommershoven in 1858 en pastoor te Horpmaal vanaf 1868 tot zijn overlijden op 25 februari 1872. Begraven op het kerkhof van Widooie.
  • Mathias Moons, van Paal, priester van 1817, benoemd in 1872 en er overleden op 25 augustus 1895 in de ouderdom van 71 jaar.
  • Joseph Cartuyvels, van St-Truiden, 1895-1943. Een van de parochieherders die de langste duur in zijn loopbaan van pastoor in onze parochie is gebleven, en er ook na al die jaren als een heilige priester is 2015-pastoor-Joseph-Cartuyvelsgestorven.
    Geboren te Glimes op 22 september 1858. Priester gewijd te Luik op 22 mei 1884. Kapelaan te Maaseik en te Borgloon in de periode 1884-1895. Overleden te Horpmaal op 13 januari 1943.
    Vereerd met het Burgerlijk kruis van 1ste klas en Ridder in de Kroonorde voor zijn bewezen diensten.
    Handschrift van zijn aanstelling in een register;
    “Den 26 september 1895, heb ik het ambt van pastoor te Horpmaal aangenomen, en in werkelijkheid door bemiddeling van deken Peumans bij akte Snyers op 10.2.1986. Ik heb de zielezorg met de gratie Gods in deze parochie op mij genomen”.
    Pastoor Cartuyvels werd in 1909 gevierd, voor zijn zilveren priester ambt, door de parochianen van Horpmaal.
    Vijf jaar na zijn zilveren priesterjubileum verloor men de vreugde en blijheid in de parochie door het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in augustus 1914. Zoals bekend duurde deze miserie vier jaar. Voor onze parochie waren het ook zoals elders in ons land bange dagen.
    Een verslag van W. O. I in onze Sint-Lambertusparochie Horpmaal is nagelaten door pastoor J.Cartuyvels.
  • Joannes Pieter Moors, 1942-1943
    Uit een parochieregister, kunnen we zelf zijn tijdelijke functie als kapelaan op de parochie, gedurende de periode van een jaar lezen.
    In april 1942, werd Joannes Pieter. Moors, kapelaan te Tilff, als coadjutor naar Horpmaal gestuurd, om E.H. Cartuyvels, 83 jaar oud bij te staan.
    Mijnheer pastoor nam zijn pensioen voor de staat, doch bleef pastoor voor ’t bisdom. In de maand juli heeft mijnheer pastoor een flauwte aan ’t altaar gehad, doch op 15 oogst hernam hij zijn dienst. Op Kerstmis bij zijn 3de mis viel mijnheer pastoor opnieuw aan ’t altaar, op 2 januari 1943 ging hij te bed, overleed op 13 januari 1943, berecht door E.H. Moors.
    In de maand mei werd als opvolger van E.H. Moors aangeduid, de E.H. Martin Aerts, bestuurder van het college te Borgworm. De E.H. Moors, wegens zijn jeugdige ouderdom, had geen recht op de plaats als pastoor en werd benoemd als kapelaan te Munsterbilzen. De 24 juni 1943 werd de nieuwe pastoor door E.H. deken van Borgloon geïnstalleerd.
De jubilaris E.H. Martin Aerts met burgemeester Julien Dumont.
Andere genodigden zoals ; Deken Ruisson (tweede van links) en andere priesters.
Het gemeentebestuur van Horpmaal en de kerkfabriek
Adrianus Ruys
  • Martin Aerts, 1943 – 1970.
    Een gewaardeerde pastoor, die gedurende 27 jaar in onze parochie verbleef. Geboren te Mechelen-Bovelingen op 13 juni 1903. Priester gewijd te Luik op 29 juni 1929, vele jaren professor aan het St-Jozefcollege te Hasselt, directeur van het college te Borgworm. Op rust gegaan te Rapertingen in 1971 en er overleden op 21 september 1987.
  • Adrianus Ruys, 1970 – 1981. Een pastoor figuur, waarvan een moeilijke beschrijving kan gegeven worden. Als persoon in de dagelijkse omgang, nogal gezellig maar vaak verstrooid, doch als priester in zijn kerk had hij eigenzinnige opvattingen, zelfs tijdens de misvieringen.
    Anekdote waar gebeurd : Half in de jaren ’70, tijdens een misviering op zaterdagavond trapte een van de twee misdienaars, bij het aanbrengen van wijn en water tijdens de offerande, op de naad van zijn misdienaars kleed waarop een van de twee misdienaars ongelukkig ten val kwam en het glas op de grond gebroken werd. Half verschrikt en niet goed weten wat er precies gebeurd was stond de misdienaar recht, pastoor Ruys draaide zich om en sloeg de misdienaar zomaar rond zijn oren en duwde hem terug naar zijn plaats in het koor. Daarop nam hij de micro in zijn hand en sprak; scherven brengen geluk. De misdienaar heeft het noorden daardoor niet verloren van die slag om zijn oren en is nog een tijdje als misdienaar actief gebleven.
  • Mathieu Bleukx van de naburige parochie Heks is na het overlijden van E.H. Ruys aangesteld als administrator voor de verdere gang van zaken en het verzorgen van de erediensten en eucharistievieringen.
    Hij werd geboren te Bree op 28 oktober 1931, priester gewijd in Luik op 14 December 1958. Hij was achtereenvolgens kapelaan in Ouffet in 1959, kapelaan te Ochain (Clavier) in 1967 en pastoor benoemd te Heks op 30 juni 1969. Overleden op 22 maart 2000 te Kaulille op 68-jarige leeftijd, begraven op 25 maart 2000 te Ellikom-Meeuwen
    Reeds, begin jaren tachtig, deed het tekort aan priesters zich aanvoelen op het bisdom Hasselt. Zo werd rekening gehouden voor de opvolging van E.H. Bleukx, dat de volgende pastoor voor twee parochies werd aangesteld n.l. Heks en Horpmaal. De afstand tussen de twee parochies was aanneembaar, dat de pastoor in de toekomst dit met eigen vervoer zou kunnen afleggen, voor de eucharistievieringen werd een reorganisatie doorgevoerd.
    Zo gebeurde het vanaf 1983 bij de volgende benoeming van een nieuwe herder.
  • Walther Schoels, 1983 – 1991
Pastoor Walter SChoels
V.l.n.r.:Diaken-Clement Ory-E.H.Lateur
Vicaris Vanherck


“Wat nen apostel gaan we nu krijgen”, dit waren de woorden tijdens de aanstelling en toespraak van wijlen burgemeester Jos Neven.
Hij werd priester gewijd in 1961 Na 8 vreugdevolle dienstjaren, als waardig pastoor en priester, heeft het parochievolk van Heks en Horpmaal, met tranen in de ogen, afscheid moeten nemen van E.H. Schoels. Hij werd benoemd in de parochie Hoepertingen en Gotem.

  • Marc Lateur , Brugge, aalmoezenier Saffraanberg en Melsbroek, 1991 –
    Geboren op 28 januari 1945 in Brugge, waar hij opgroeide en ook zijn studies deed. Zoon van Jozef Lateur -een bekend geneesheer- en van Elisabeth Baert. Priester gewijd in 1970 waarna hij godsdienstleraar werd aan het O.L.Vrouwe College te Brugge (Assebroek).
    Eind 1985 werd hij medepastoor in Torhout tot augustus 1990, waarna hij als aalmoezenier werd aangesteld van de Koninklijke Technische School van de Luchtmacht te Brustem (Saffraanberg). Doch het parochiebloed bleef door zijn aders stromen en gezien het priestertekort, bood hij de bisschop van Hasselt zijn diensten aan die natuurlijk met vreugde werden aanvaard. De keuze viel op de parochies van Heks en Horpmaal.
    En op 1 september 1990 werd de ‘padré’ , zo genoemd in de Luchtmacht, ook nog pastoor van beide parochies. De gemeentelijke diensten van Heers zorgden ervoor dat de woning van de pastoor van Heks, grondig werd gerestaureerd.
  • Phil Bosmans
    Blijkbaar iemand die bij de parochie mag gerekend worden, als zijnde vroegere dorpspastoor of ” de pater “, zoals hij vaak genoemd wordt. Stichter van de ” Bond Zonder Naam ” in België, en sindsdien een bekend wereldburger onder de verschillende volkeren en nationaliteiten.
    Levensschets ;
    1922, geboren in Guitrode; zijn ouders hadden er een boerderijtje, dat spoedig te klein werd. Hij had twee broers en een zus, tamelijk vroeg zijn zij naar Genk verhuisd, de broers werkte in de mijn, hijzelf begon zijn studies in Rotselaar, en daarna in Nederland bij de paters Montfortanen.
    1948, Priester gewijd. Later werd de pater ingezet in de volksmissies, die in Horpmaal en omstreken werden gehouden. Van september tot Pasen waren er die missies, en van Pasen tot september de Mariatochten. Ganse nachten brachten de paters door in de kerk, wat onze pater drie jaar heeft volgehouden, het was een werk van dag en nacht.
    1954, Ziekte. Dat de pater zijn uur van vertrekken nog niet gekomen was, dankt hij bij toeval en geluk, toen hij doodziek neerstortte, zich net te Horpmaal bevond, en dat de toen dienstdoende huishoudster van pastoor Aerts, n.l. Leontine Franck een verpleegster was. De dokter oordeelde dat pater Bosmans best op de pastorij kon blijven en daar heeft de pater drie jaar lang een opvang en een goede verzorging gekregen, die hem er weer bovenop hebben geholpen. Ook al zei de geneesheer specialist, toen de pater na twee jaar voor het eerst rechtopzittend weer mocht mis lezen, tot de 
V.l.n.r.: Diaken-Clement Ory-E.H.Lateur E.P. Phil Bosmans

provinciaal van de Montfortanen ; laat die man maar rusten, hij zal altijd een sukkelaar blijven, dit zal zo zijn voor de rest van zijn leven, als hij nog lang leeft. Drie jaar ziek, waarvan twee jaar plat te bed, moeilijk voor te stellen, maar zo geschiedde het. Een langzaam herstel, soms zittend bij het vijvertje in de tuin van de pastorij, luisterend naar de landelijke geluiden, het geloei van de koeien die ’s avonds naar stal werden gehaald. Achteraf is alles toch goed gekomen door de goede verzorging die de pater genoot, dank zij Léontine, pastoor Aerts en de mensen van de parochie Horpmaal, die ook nog vele jaren na zijn genezing in de weekends de eucharistievieringen hebben kunnen bijwonen door de pater zelf gecelebreerd.
Hij is overleden op 17 januari 2012 te Mortsel.

Diaken Clement Orij
  • Clement Orij, permanent diaken.
    Geboren te Broekom op 30 oktober 1931 en overleden op 8 september 2010, werkte na zijn technische studies als leermeester in de militaire school op Saffraanberg tot aan zijn op pensionering in 1986.
    Reeds vanaf zijn huwelijk met Theresia Lowet (1958-1992), heeft diaken Clement langzaam als een schakel in het parochieleven van Heks, en vooral door de steun van zijn echtgenote Theresia, verschillende taken in samenspraak met de pastoor vervuld. Na een opleiding van drie jaren, werd Clement op 14 augustus 1982 door handoplegging van bisschop Mgr.Paul Schruers tot permanent diaken gewijd in de parochiekerk te Heks, om deze veelvuldige taak in de beide parochies Heks en Horpmaal, aan het Godsvolk te volbrengen.

Sedert 1991 werd hem ook de administratieve taak opgelegd door de dienstdoende pastoor Lateur, omdat deze priester een welgevulde dienst als aalmoezenier op Safraanberg en Melsbroek zou kunnen verzekeren.
Als dienstbode van de Heer kan diaken Clement van vele vrienden de steun en hulp vinden in de parochies Heks en Horpmaal, vooral de ouderen en zieke mensen, bij wie hij maandelijks de communie aan huis bezorgt.

Bron: Bijdrage tot de parochiegeschiedenis van Horpmaal 
door Michel Matheï


Vanschoonwinkel Georges December 2015 

Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *