Calottesberg

Calotesberg

Dit woord is de laatste tijd wel veel in de belangstelling geweest
Het betreft een stuk van de Bovelingenstraat, de verbinding tussen Mechelen en Marsnil met de steenweg in Klein-Gelmen.

Calottesberg


Een prachtig stukje glooiende  natuurweg, een van de weinige holle wegen die er nog in onze streken zijn, met rijk begroeide en weelderige wegbermen, maar helaas voor de huidige weggebruiker een te gevaarlijk verkeersprodukt geworden. Aan wie zou dit eigenlijk toch wel liggen?

En iedereen spreekt nu van Calottesberg alhoewel weinigen nog weten waarom dit bergske zo de geschiedenis is ingegaan.

Volgens mijn bronnen stond er op de steenweg in Klein-Gelmen een huis, vlak tegenover de weg die leidt naar Mechelen, Rukkelingen en Waremme. In dit huis woonde een man die jaar in, jaar uit op het hoofd een rond mutsje droeg dat erg veel geleek op een kardinaalsmuts of een priestermuts. In het Frans heette dit een “calotte” en gezien het Romaans leengoed in onze plaatselijke dialecten nog erg groot was, was dit woord hier ook nog zeer gangbaar. Die man was zo ook altijd te zien in deze omgeving natuurlijk met deze muts, die in die tijd zeer weinig gedragen werd, op zijn hoofd. Dus gaven de mensen hem de bijnaam Calotte.

Toeval of niet , in de nabijheid van zijn huis was ook een stopplaats van de tramverbinding tussen St-Truiden en Luik voorzien, en vele inwoners van hier moesten dagelijks naar die plaats om de tram te nemen. Dus om het gemakkelijk te maken zegden de mensen gewoon dat ze naar “Calottes” gingen in plaats van te zeggen dat ze naar deze tramhalte aan de steenweg gingen. Ook de lastige berg die enkele tientallen meters eerder op deze straat lag kreeg de naam Calottesberg.


Iedereen was daarmee verzoend behalve de man in kwestie zelf, die dit eerder als een verwijt dan een compliment moet hebben ervaren. Volgens ik gehoord heb, zou hij zich herhaaldelijk hebben kwaad gemaakt wanneer er iemand hem zo aansprak en zou hij zelfs een autobus met spottende arbeiders op weg naar een Luiks fabriek destijds met de riek hebben tegen gehouden.

Een andere anekdote doet ook de ronde. Voor de oorlog moest een pater minderbroeder op een bepaalde zondag gaan preken in de kerk te Mechelen –Bovelingen. Pater Overste had hem uitgelegd dat hij de tram naar Luik moest nemen tot aan Finneke van hoed-Haarrie en dan te voet moest gaan via Calottesberg naar Mechelen.
Toen deze man van de tram stapte, stond ook Calotte met zijn mutsje daar in de omgeving van zijn huis. Niet te zeker van zijn reisweg dacht de pater toch maar de weg te vragen naar “Calottesberg” niet wetende dat hij bij den duivel te biechten ging.

 “ Dag beste vriend, kunt u mij misschien niet uitleggen hoe ik naar calottesberg moet ?”

Onze dorpsgenoot voelde de adrenaline stijgen, maar probeerde dit niet te laten blijken aan de geestelijke en bleef beleefd alhoewel zijn antwoord een aangepaste ondertoon verraadde.

“Wel, eerwaarde pater, gij weet maar al te goed hoe gij de mensen de weg naar Onze-Lieve-Heer
moet wijzen, maar dat ge de weg naar Mechelen nog niet kent dat begrijp ik niet goed “.

En hij sloeg met een klap de voordeur achter zich dicht.


Jos Schoefs

 

Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *